30 mei t/m 1 juni Van huis tot Windermere

Hoewel de kortste weg van huis richting Schotland ongetwijfeld via de boot van IJmuiden naar Newcastle is, hebben wij voor de boot Duinkerken-Dover gekozen. Deze voordelige aanbieding betekent wel veel kilometers rijden!

De reis verloopt voorspoedig. Zoals altijd daalt ook nu het vakantiegevoel neer bij het oprijden van de boot en het ons daarna installeren met koffie in de lounge. Eenmaal aan de overkant rijden we dezelfde dag naar Coventry. We overnachten op Hollyfast Caravan Park, een site van de Camping en Caravan Club.
De volgende dag rijden we via Birmingham de M6 naar het Lake District.
Hoe noordelijker we komen, hoe meer we ons thuis voelen We houden van het glooiende Engelse landschap met zijn vele kleuren groen, de hagen en de muurtjes. Dichtbij het Lake District worden de glooiingen heuvels. Ook vallen rond Windermere de enorme rododendrons op, die in deze tijd van het jaar uitbundig bloeien in vele tinten paars en rood.
We hebben al begrepen dat het dit weekeinde erg druk wordt op campings, omdat de Engelsen vrije dagen hebben in verband met The Diamond Jubilee van Queen Elizabeth; zij zit maar liefst 60 jaar op de troon en dat moet worden gevierd! We bellen enige campings af en vinden voor twee nachten een plaatsje op Camping Hill of Oaks, aan de oever van Windermere, een stukje ten zuiden van de gelijknamige plaats. Een camping met ruime plekken, dat wel, maar oh, oh, wat een prijzen. Ter gelegenheid van de feestelijkheden gaan de prijzen met ingang van vrijdag ook nog eens 11 pond per nacht omhoog! (een pond is ruim 1,30 euro). Maar ja, vrij staan is in Engeland nauwelijks een optie en we moeten toch ergens overnachten, nietwaar. We zijn inmiddels ruim 850 kilometer van huis.

We bekijken de omgeving en brengen een deel van de vrijdag door op de historische boot ‘Tern’, die ons van de pier in Bowness, bij Windermere,  naar de noordkant van het meer brengt. Daar wandelen we naar Ambleside, een plaatsje dat vooral uit restaurantjes en wandel- en bergsportwinkels lijkt te bestaan. Hetzelfde geldt voor Bowness. Super toeristisch allemaal maar – nu het vandaag nog niet echt druk is – ook wel gezellig. Je ziet de Engelsen vakantie vieren. Voor Engelse begrippen is het mooi weer (zonnig en 16 tot 18 graden) en dat is het teken voor de gemiddelde Engelsman om zich in blote hemdjes en korte broeken te hullen. Wij houden het bij lange broeken en fleece-vesten!


Men maakt zich duidelijk ook op voor de feestelijkheden van de Diamond Jubilee. Straten, winkels en kerken zijn versierd en op de camping worden zelfs caravans behangen met vlaggen en vlaggetjes. Denk aan de Nederlandse Oranje-gekte en vervang het oranje door rood-wit-blauw en de Union Jack en je hebt een beeld.




2 juni Van Windermere naar Keswick


Ons plaatsje op de camping is vanaf vandaag door anderen gereserveerd. We vertrekken daarom in de morgen richting Keswick, midden in het Lakes District. De route is prachtig: de weg is omzoomd met groene bergen en voert soms langs water; we zien schapen en ervaren vooral rust en ruimte. Onderweg komen we heel wat Engelsen tegen op wandeltocht: stevige schoenen aan, rugzak om, wandelstok mee en in vele gevallen vergezeld van de hond. Zelden zagen we op een dag zoveel (goed opgevoede, dat wel) honden als hier.
Engeland is duidelijk in vakantiestemming vanwege het Jubilee-weekend en nation-wide vna plan er een mooi, zonnig weekend van te maken.
Het is druk in Keswick. Met enige moeite vinden we een parkeerplek achter het plaatselijke zwembad. Daarna slenteren we met de vakantie vierende Engelsen door de hoofdstraat en over de markt. Voor een ‘echte’, uitgebreide wandeling ontbreekt het ons aan een (gedetailleerde) kaart en routebeschrijving. We lopen daarom een stuk van het niet te missen pad langs Derwent Water,  door National Trust gebied. Maar ook langs dit gemakkelijke pad schijnt de zon en grazen de schapen en is het zicht op Derwent Water prachtig. We genieten!



Na boodschappen doen bij de plaatselijke, ruime maar oh, zo drukke Booth supermarkt, rijden we richting Penrith. Daar vinden we op doorgangscamping Beckes Caravan Park in Penruddock een plekje voor de nacht. Morgen rijden we richting Schotland maar naar het Lakes District komen we zeker nog eens terug om te wandelen en de schrijfplaatsen te bezoeken van Beatrix Potter en Wordworth. 

We hebben vandaag 62 kilometer gereden.    

3 juni Van Penruddock naar Troon

We zijn al decennia lang getrouwd en we lezen dat Gretna Green vooral een ‘touristtrap’ is. Toch kunnen we de verleiding niet weerstaan om bij deze oude trouwlocatie even te stoppen. We komen er immers langs, op weg naar het Noorden. Inderdaad is de oude smidse vooral uitgebreid met talloze winkeltjes en eetgelegenheden. In het oude gebouwtje van de vroegere smidse amuseren we ons met de verhalen over de gehaaste trouwbeloften, die hier in vroeger tijd werden gedaan. In Schotland golden tot 1940 andere trouwwetten dan in Engeland. In het Noorden mochten jongverliefden al op 16-jarige leeftijd trouwen, zonder toestemming van de ouders. Heel wat stelletjes maakten hier gebruik van, ook uit hogere kringen! Het levert verhalen op van goed voorbereide reizen naar Gretna Green, (het eerste plaatsje over de Schots-Engelse grens)  en woedende vaders, die de jonge bruid nog op tijd probeerden in te halen.
Tegenwoordig is de smidse een wettelijk toegestane trouwlocatie, waar ook deze zondag stelletjes gebruik van maken. In heel Gretna Green vinden per jaar maar liefst 5000 huwelijken plaats.



Na dit romantisch intermezzo rijden we verder via de A76, richting Kilmarnock. Onderweg stoppen we nog bij het fraaie kasteel Drumlanich. Hier hangen een echte Rembrandt en echte Holbein in de hal maar we vinden de toegang van 10 pond per persoon wel wat gortig en houden het bij een foto van de buitenkant van het kasteel.

De dag eindigt in Troon, aan de Firth of Clyde. We staan hier op een parkeerterrein, voorbij de haven, achter een houtzagerij en hebben een fabuleus uitzicht op het  eiland Arran. 



4 en 5 juni Van Troon via Inveraray naar Oban


Het water van zee-engten, de spiegels van Lochs en hoog oprijzende groene bergen vormen deze dagen ons decor. Geologisch gezien zijn we vanaf Troon al gauw de Highlands binnen gereden, al hebben we dat nog niet direct zo gemerkt. Vanaf Troon rijden we langs de kust naar Greenock. Al rijdende hebben we een mooi gezicht op de zeearm de Firth of Clyde en de op zo’n 20 mijl van de kust liggende eilanden, die als rotsachtige bergen uit zee oprijzen.


We laten Glasgow rechts liggen en komen bij Loch Lomond, volgens de reisgidsen een van de populairste lochs. Dat is op deze vrije Bank Holiday goed te merken. Het is druk in Balloch (wat bij het Loch vooral een met opzet gebouwde verzameling winkels, restaurants en een aquarium lijk te zijn, waar families zich kunnen verpozen).

Charmanter is Luss met zijn cottages met bloementuintjes, al is het ook hier druk. Luss blijkt een populair oord om te trouwenn. We zien er zelfs twee bruiloften; bij allebei zijn de mannelijke gasten in kilts gestoken. In de feestelijke uitvoering met jasjes, kousen en alles wat er bij hoort, zien de (jonge) mannen er imposant en goed gekleed in uit!



De Lochs volgen elkaar op: van Loch Lomond rijden we naar Loch Lon en verder naar Loch Fyn. Het landschap is prachtig; groene bergen rijzen langs de oevers van de spiegelgladde lochs op. Langs de weg bloeien ook hier de rododendrons, afgewisseld met brem.
We stoppen even op een bergpas met de toepasselijke naam Rest and be thankful. Nu slingert de weg zich langs en over de berg maar in vroeger dagen moet dit een lange en moeilijke weg zijn geweest.


We blijven de nacht staan in Inveraray  (Camping Argyll, aan de oever van het Loch). Hetstadje met zijn witte huisjes ligt heel schilderachtig aan Loch Fyn. We bezoeken er de oude gevangenis en leren er veel over het gevangenisleven in de 19e eeuw, een strak leven, vol orde en discipline.

Arme zielen zaten er soms maanden of jaren een straf uit voor het stelen van een onderrok. Natuurlijk waren er ook lieden die meer op hun geweten hadden maar vaak werden vergrijpen wel heel zwaar gestraft. Hoewel gevangenen dat regime vast wel beter vonden dan eerdere straffen als het met een oor vastnagelen aan de galg voor 24 uur of vastgebonden op een tafel 10 of twintig slagen met een bosje wilgentakken op de blote billen krijgen. . Het aardige is dat in de gevangenis cipiers en gevangenen worden nagespeeld. Zie en huiver!


Het imposante, grijze kasteel van Inveraray bekijken we nog van de buitenkant voordat we verder rijden naar Oban aan de westkust.
Op de drukke havenpier hier eten we bij een onooglijk groen houten kotje vers bereide mosselen. Het is ons speciaal aanbevolen door een van de ‘gevangenen’ in de gevangenis van Inveraray.


Hoewel de bordjes op de parkeerplaatsen in Oban voor ons niet erg duidelijk zijn, geloven we niet dat hier overnachten op de parkeerplaats is toegestaan. Via een zeer smal weggetje komen we daarom voor de nacht terecht op camping Roseview Caravan park. We krijgen het laatste plekje.

We hebben vanaf  Troon 245 km gereden.
Over het weer hebben we tot nog toe geen klagen. Regen hebben we amper gehad en eigenlijk is het nog steeds alle dagen zonnig geweest. Wel is het fris: het blijft voor ons weer voor een (katoenen) trui of een (dun) vest.

i6 juni Van Oban naar Fort William



Penny wise en pound foolish; we zijn er altijd goed in geweest. Vandaag hebben we pakweg 20 pond bespaard door niet op een camping te staan maar te kiezen voor een gratis plekje bij Lochleven Seafood /café aan de B 863 aan Loch Leven. Daar graven, kraken en peuteren we ons door twee zeeverse krabben. Dat we uiteindelijk meer dan het dubbele van de besparing hebben uitgegeven, deert ons niet zo. De krabben, de ansjovisjes, de wijn en de pannacotta zijn allemaal even heerlijk. Bovendien staan we voor het Café geparkeerd met een goddelijk uitzicht op het Loch.
Er is meer over voedsel te vertellen vandaag. In Oban genieten we van chocolademelk van echte chocolade  in de Oban Chocolate Factory. Een aanrader, net als de ter plekke gemaakte cakes en chocoladebonbons. We hebben dat lekkers wel verdiend, vinden we, nadat we naar Mc Caigs Tower zijn geklommen en naar Dunollie Castle zijn gewandeld. De Tower lijkt op het Colosseum en is ooit door een rijke  bankier gebouwd als een soort werkelozenproject. In zijn plan moesten er nog beelden in de bogen komen maar voor die tijd overleed hij. Zijn bouwwerk is nooit afgemaakt. Mooi is het niet maar daarvandaan heb je wel een prachtig uitzicht over de stad en de baai. De ruines van het kasteel Dunollie vinden we wel maar de toegang tot het Lairdshuis kunnen we niet vinden. We laten het weer bij foto’s.




We maken nog een omweggetje naar het bergbeklimmersparadijss Glencoe maar vinden het visitorscentrum tegenvallen. Voor de expositie moet je betalen en de gehoopte informatie over wandelingen in de omgeving ontbreekt, helaas. We troosten ons met het bovengenoemde plekje aan Loch Leven. Morgen rijden we door naar Fort William.

We hebben vandaag 83 kilometer gereden.  

7 en 8 juni Fort William


 “Wat is het hier druk met tenten en trucks”, denken we, als we de parkeerplaats voor de gondelbaan bij Glen Nevis oprijden, zo’n 11 kilometer ten noorden van Fort William. We kunnen ons niet voorstellen dat al die mensen met de gondelbaan naar boven willen om van het uitzicht te genieten. Dat is ook niet zo. Al die busjes, tenten en de vele mountainbikes zijn er om op 9 en 10 juni de World Cup wedstrijden Mountainbiken bij te wonen. Van de top van de berg slingert zich over een lengte van nog geen 3 kilometer met een hoogteverschil van 550 meter een mountainbikepad vol kuilen, stenen, zand, gravel, bochten en schansen naar beneden. Het zal een spectaculair gezicht worden, want de snelste bikers doen dit traject in minder dan 5 minuten. Vandaag inspecteren de 250 deelnemers uit 25 landen nauwgezet het parcours. Ondertussen kunnen wij rustig in 15 minuten met de gondel naar boven. Daar maken we een wandeling naar een nog hoger gelegen uitzichtspunt, wat inderdaad een weids (en winderig) panaromabeeld oplevert van vele bergen en (weer) enkele lochs. Wat is het hier mooi!



Eerder op de dag zijn we langs Loch Linnhe Fort William binnengereden. Deze ‘hoofdstad van de buitensporten’ is verder weinig spectaculair. We vinden er weer een hoofdstraat vol buitensportwinkels, afgewisseld met restaurantjes, whiskywinkels en zaken vol typisch Britse vakantiekleding.

Zoals op zo veel plaatsen, kunnen we weliswaar gemakkelijk (en niet duur) op een parkeerterrein ons rijdend appartementje parkeren. Maar ook hier geven bordjes aan dat overnachten niet is toegestaan. We slaan ons kamp daarom op op de enorme camping Glen Nevis, vlakbij Fort William. Rondom ons lijken de bergen een kring te maken.


De volgende dag willen we met de stoomtrein naar Malaigg. Deze trein is alleen per internet te boeken of op de dag zelf bij de conducteur, mits er nog plaats is. Helaas blijkt de ochtendtrein vol; we besluiten ter plekke kaartjes te kopen voor de middagtrein (vertrek 14.45 uur, terugkomst in Fort William 20.15 uur). Een prima keus, zo blijkt achteraf. De vrije ochtend geeft ons  tijd om naar Glenfinnan te rijden om daar de trein – net als in de Harrie Potterfilm – over het viaduct te zien rijden. 

Op de terugweg naar Fort William stoppen we ook nog bij de sluizen van Banavie. Dit kanaal werd tussen 1803 en 1822 aangelegd en wordt tegenwoordig vooral door pleziervaartuigen gebruikt. Neptunus Staircase worden de acht boven elkaar liggende sluizen genoemd. Over een afstand van 460 meter schutten boten hier in acht stappen in totaal 20 meter omhoog of omlaag. In het kanaal ontdekken we nog een Nederlandse spits uit Zwolle, ooit gebouwd in 1962 en nu wanstaltig opgebouwd.


’s Middags komen we met de trein weer langs hetzelfde sluizencomplex. De trein dengedengt zich met een gangetje van ongeveer 35 kilometer door het landschap. 






Vanuit het raam hebben we prachtige uitzicht over Loch Linnhe en de omringende heuvels. Het landschap wisselt tussen groene heuvels, wat kalere hogere toppen, vlaktes en uitzicht op Lochs. Enige keren zien we onderweg een groep reeën. Al met al rijden we uren tussen de kalenderplaten!  Dit traject staat niet voor niets bekend als een van de mooiste treinritten ter wereld (aldus de reisgids).  In Malaigg brengen we een kleine twee uur zoet met een wandelingetje, een kijkje aan de haven, de onvermijdelijke fish and chips en een pint bier. Op de terugweg wacht ons hetzelfde landschap in de namiddagzon.

We kijken tevreden terug op een fantastische dag met heerlijk weer. Het enige minpuntje zijn de midges, de minuscule mugjes, die feilloos onze blote reepjes huid weten te vinden!
De nacht brengen we weer door op camping Glen Nevis in Fort William en morgen rijden we met de camper naar Malaigg om daar over te varen naar het eiland Skeye.

Vandaag hebben we 68 kilometer gereden. 

9 juni Van Fort William naar Isle of Skey (Sligachan)



“Dit gelooft thuis niemand”, zeggen onze Engelse buren op de camping aan het Loch Sligarchan op het eiland Skeye. Net als wij zitten ook zij deze middag achter hun camper, heerlijk uit de wind en in de  zon. Ook wij geloven het nauwelijks; al onze herinneringen en vooroordelen over de regen, de kou, de mist en de bewolking van het Schotse weer moeten we terzijde schuiven. Al dagenlang zien we blauwe wolkenluchten met iedere dag zon. Het is weliswaar fris (vest aan) maar buien hebben we al die dagen letterlijk op de vingers van één hand kunnen tellen. Het lekkere, zonnige weer en de schitterende ligging van deze simpele camping met zicht op het loch en de Cuillin heuvels hebben ons deze middag tot een vroege stop verleid. We genieten met een kop thee van de zon, van het uitzicht en van de tussen de tenten doorscharrelende schapen.


Deze morgen zijn we uit Fort William vertrokken en – bijna parallel aan de treinrit van gisteren – via de A830 naar Malaigg gereden. De vergezichten zijn een beetje anders maar ook mooi. Onderweg staat al aangegeven dat de eerstvolgende boot vanuit Malaigg naar Skeye om 12.15 uur vertrekt en die halen we ook gemakkelijk. Natuurlijk hadden we ook een flink stuk om kunnen rijden en via de (gratis) brug bij Kyleakin naar Skeye kunnen rijden maar deze overtocht van een half uur met de ferry vinden we dichter bij het ‘echte eilandgevoel’ komen. 


Vanaf het water zien we Skeye als een groene heuvelrug liggen, schilderachtig doorspikkeld met witte huisjes en met witte bootjes op de voorgrond. De tocht over het zuidelijke deel van het eiland is al even mooi. Weer bloeien de rododendrons en de brem, evenals de boterbloemen en andere bloeiende wilde bloemen in de bermen. We stoppen even in Isleornsay, een groepje idyllische witte huizen, die vanaf een landtong uitzicht bieden op andere eilanden en een al even witte vuurtoren.

We rijden verder langs de A87 en houden het even later bij het pitoresk gelegen loch Sligachan vandaag voor gezien.



We hebben vandaag 132 kilometer gereden.   

10/11/12 juni Eiland Skye


Het eiland Skye is niet zo heel groot maar we hebben er drie dagen op rond gereden. Eigenlijk is er alles te zien wat Schotland zo mooi maakt: bergen, lochs, kleine plaatsjes, vlaktes, mooie kustlijn, kastelen en een whisky-distillery.
We hebben twee grote lussen naar het Noorden en Noord-Westen gereden, plus nog enkele zijwegen naar de Zuid-West kust. Onderweg kwamen we door Portree, de kleine hoofdplaats van het eiland. Aan de haven met gekleurde huizen hebben we gekeken hoe een piepkleine vissersboot de vangst aan wal bracht.  Kratten vol krabben en krabjes werden gesorteerd en in een rustig maar gestaag tempo in kleinere kratten verpakt. Wat een werk! Een deel van de vangst gaat naar plaatselijke hotels en restaurants. Verser kun je dit lekkers niet eten!



Verder naar het Noorden wordt het landschap steeds schraler. Dit is vooral het gebied van vlaktes en glooiingen met afwisselend stug gras en heide. De schapen grazen er en hier en daar staat een wit huis. Bijna altijd gaat de weg langs de zee; er zijn kliffen en inhammen en uitzicht op kleinere eilanden. 



We bezoeken er Dunvegan Castle, het ‘thuiskasteel’van de clan Mc Leod. Rondom zijn er prachtige tuinen, waar van alles groeit en bloeit.
Natuurlijk kunnen we ook de destilleerderij van de Talisker-whisky met zijn typerende rooksmaak niet weerstaan. We worden er meteen ‘vrienden van de whisky’, waardoor we  (gratis) nog 11 whisky-stokerijen mogen bezoeken!.


En keer op keer zijn er weer andere, prachtige vergezichten.
Overnachten doen we steeds op simpele campings, met de bergen achter ons en zicht op iedere keer weer een ander loch. De kleine camping (na 16 km doodlopende weg) bij Glen Brittle, aan de voet van de Cuillin Hills  spant de kroon. We voelen ons op dit prachtige plekje aan het einde van de wereld. En bijna een beetje uit de toon vallen, zo met onze witte camper tussen de her en der verspreid staande vaak kleine, gekleurde trekkerstentjes.






In de middag van de derde dag verlaten we Skye over de brug bij Kyleakin.

We rijden naar het dorpje Plockton, dat zo beschut ligt, dat er zo noordelijk zelfs palmbomen groeien. Een plaatsje voor de nacht vinden we nog wat noordelijker op de piepkleine, simpele camping Wee Campsite bij Lochcarron.


Sinds zaterdag hebben we 365 kilometer gereden.