13, 14, 15 juni De Westkust naar Durness en verder naar John O’Goats


Vanaf Lochcarron rijden we naar het Noorden en volgen daarvoor in grote lijn de Wester Ross Coastroute. Die voert door een adembenemend mooi landschap, dat steeds ruiger wordt, naarmate we noordelijker komen. Gedeeltelijk is de weg single-track, dat betekent dat je tegenliggers alleen kunt passeren op zogenoemde passingplaces. Gelukkig zie je ze meestal al van verre aankomen en dan hangt het van ieders beleefdheid af wie er het eerst bij zo’n passingplace stopt en wacht totdat de tegenligger er is. En veel Schotten blijken heel beleefd. Maar het is duidelijk: deze route kost tijd.

Het is hier uiterst dunbevolkt, zo nu en dan is er een kleine klontering van wat huizen en dat heet dan een plaatsje. De weg voert  langs bergen en meren en zo nu en dan langs zee. Steeds hebben we prachtige gezichten op de Hooglanden. 

Bij Benn Eighe, net voorbij Kinlochewe maken we vanaf  een parkeerterrein een mooie wandeling (de Woodlandtrail) met al klimmend een fraai gezicht op Loch Mooree. Volgens de Schotten zelf is dit het mooiste meer van Schotland. Het is in ieder geval geheel ongerept, zonder visvangst of bosbouw.
Voorbij Gairlach stoppen we om de Ivarewe Gardens te bezoeken. In 1860 is een rijke, jonge Schot hier begonnen op de kale rotsen een tuin aan te leggen. De tuin ligt beschut aan een inham en heden ten dage groeien er rododendrons, azalea’s en magnolia’s, al zitten we hier op dezelfde breedtegraad als Sint Petersburg!
Even verderop vinden we een kampeerplekje op Gruinard Bay Caravanpark. Ook nu weer staan we eerste rang, met zicht op zee. De eenvoudige camping ligt vlak naast de begraafplaats, dat dan weer wel.

Alsof het zo hoort, blijft het weer zonnig en zo rijden we door en langs de steeds hoger en kaler wordende bergen naar de kloof van Gaeshalloch. Via een hangbrug kunnen we een korte wandeling langs en over de kloof maken en 45 meter naar beneden kijken!


Ullapool is voor deze contreien een wat grotere plaats. Daar doen we boodschappen en lopen we rond. Gezien het mooie weer besluiten we de gehele route naar het Noorden te rijden, tot in Durness toe. Een aardig Brits meisje in de trein bij Fort William heeft deze route ten zeerste aangeraden . En niet voor niets, zo blijkt al gauw. Het landschap met zijn hoge, ruige bergen is indrukwekkend. Veel auto’s komen we niet tegen en kilometerslang lijken de enige levende zielen de schapen op de hellingen. 
Voor de nacht houden we halt bij de camping in Scourie. Lang zijn de nachten hier overigens niet. Op deze breedtegraad van  58 graden en 22 minuten is het in deze tijd van het jaar ’s avonds om 11 uur nog licht en ’s morgens heel vroeg ook al weer.

Een dag later hebben de stormen, die Zuid-Schotland al eerder teisterden ook ons in het Noorden bereikt. Zo staan we met wapperende haren, dikt ingepakt in laagjes, trui, fleecvest en jas bij Faraid head, in het Noord-Westen van Durness. We zouden graag de puffins (papegaaiduikers) zien, die hier op de kliffen moeten huizen. Dat vergt echter een wandeling van 2 tot 3 uur over strand en door duinen naar het uiterste puntje. Met deze storm zien we dat niet echt zitten en met spijt in het hart, zien we er vanaf. We troosten ons met warme chocolade in de nabijgeleden chocoladefabriek.



Onder het dreigende wolkendek rijden we verder de noordkust af. Dat betekent na alle bergen van de vorige dagen een wisseling van landschap. Nu rijden we eerst langs hoge kliffen en na Tongue door een veel vlakker landschap  met steeds zicht op weer andere baaien en inhammen, vaak met zandstrandjes. Een korte stop in Bettyhill leert ons over de verdrijving van arme pachters in het begin van de 19e eeuw. Vele gezinnen moesten hun armoedige huisjes uit en elders een bestaan opbouwen, omdat de landeigenaren het land nodig hadden voor het fokken van schapen.
In Dunnethead komen we op het Noordelijkst gelegen punt van het Britse vasteland. De witte vuurtoren staat op 58 graden, 40 minuten en 15 seconden Noorderbreedte. De zee is hier vaak heel woest maar dat valt vandaag, ondanks de wind, erg mee.

We eindigen de dag in John O’Goats, het meest Noord-Oostelijke puntje van Schotland. Weer ligt de camping aan zee en weer hebben we zicht op nog weer verder weg gelegen eilanden. De Orkney’s zijn het deze keer.

De hele tocht omhoog langs de Westkust en langs de Noordkust naar John O’Goats was vanaf Lochcarron ongeveer 440 kilometer in drie dagen.  

3 opmerkingen:

  1. Wij zitten nu ook met de camper in Gairloch. Een gelegenheid om jullie te danken voor jullie reisverhaal en foto's. We haalden er veel informatie en inspiratie uit voor onze zwerftocht door Schotland en konden zo, onderweg, onze door tijdsgebrek ontoereikende voorbereiding grotendeels compenseren.
    Kris en Annemie Merckx-Mels, Antwerpen, België. Juli 2014.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Fijn dat jullie ook een mooie reis door Schotland maken. We vonden het destijds een prachtig land.
    Voor wat betreft ons verslag: we proberen ons blog tijdens de reis zo informatief mogelijk en tegelijkertijd niet te uitgebreid te maken, opdat zowel onze naasten wat we doen als anderen er wat aan hebben.

    BeantwoordenVerwijderen